De Vliegende Bladen van de Boekentoren

De Vliegende Bladen is één van de topcollecties van de Gentse Universiteitsbibliotheek. Het is een unieke verzameling van efemere documenten die inhoudelijk en naar vorm zeer divers en van onschatbare waarde zijn voor de beeldvorming van de negentiende en begin twintigste eeuw.

Hoe het begon

Het begon allemaal met de verzamelwoede van één man, Ferdinand vander Haeghen. Hij was van 1868 tot 1911 hoofdbibliothecaris en begon al in 1859 met het verzamelen van les pièces volantes. Oorspronkelijk bedoeld als randinformatie voor de stukken die hij in zijn Bibliografie Gantoise beschreef. Hij gaf de opdracht aan enkele boekhandelaars om loten op te kopen van documenten die als onbeduidend werden beschouwd maar voor zijn onderzoek interessant waren. Na een aantal jaar besefte hij dat er heel wat zeldzaam waren geworden en hij zag er -gelukkig maar- het belang van in om deze bij te houden.

Eind negentiende eeuw lanceerde hij in tijdschriften en kranten de oproep om geen enkel geschreven, gedrukt of getekend document weg te gooien zelfs als het ogenschijnlijk onbelangrijk leek. Hij vroeg ook aan vrienden en kennissen, waarvan er veel tot de adel en kunstkringen behoorden, om zolders leeg te maken en hem alles te bezorgen wat interessant leek. Wat toen volgde was de start van een collectie die nu meer dan één miljoen stukken omvat.

Het begon allemaal met de verzamelwoede van één man, Ferdinand vander Haeghen. Hij was van 1868 tot 1911 hoofdbibliothecaris en begon al in 1859 met het verzamelen van les pièces volantes. Oorspronkelijk bedoeld als randinformatie voor de stukken die hij in zijn Bibliografie Gantoise beschreef. Hij gaf de opdracht aan enkele boekhandelaars om loten op te kopen van documenten die als onbeduidend werden beschouwd maar voor zijn onderzoek interessant waren. Na een aantal jaar besefte hij dat er heel wat zeldzaam waren geworden en hij zag er -gelukkig maar- het belang van in om deze bij te houden.

Virginie Loveling was 78 toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Vanaf de eerste dag hield ze een dagboek bij als een nieuwsgierige, eigenzinnige getuige. Ze wist dat dit verboden was, maar wilde koste wat kost haar ervaring doorgeven aan de wereld. Bijna elke dag schreef ze haar bevindingen op. Ze gebruikte vaak haar hoge leeftijd als excuus om ’s avonds in straten te kunnen wandelen, waar ze in feite niet mocht komen. Alles werd op kleine, geruite velletjes papier bijgehouden, die in pakketjes met garen werden samen genaaid en overal in huis verstopt. Eén keer kreeg ze controle en werd er gezocht tot in haar naaimand. Zonder resultaat.

Virginie Loveling was 78 toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Vanaf de eerste dag hield ze een dagboek bij als een nieuwsgierige, eigenzinnige getuige. Ze wist dat dit verboden was, maar wilde koste wat kost haar ervaring doorgeven aan de wereld. Bijna elke dag schreef ze haar bevindingen op. Ze gebruikte vaak haar hoge leeftijd als excuus om ’s avonds in straten te kunnen wandelen, waar ze in feite niet mocht komen. Alles werd op kleine, geruite velletjes papier bijgehouden, die in pakketjes met garen werden samen genaaid en overal in huis verstopt. Eén keer kreeg ze controle en werd er gezocht tot in haar naaimand. Zonder resultaat.